Achtergronden

Dienstplatform Datahub Koloniale Collecties deel 3: van NDE-infrastructuur naar dataspace

De Datahub als dienstplatform – deel 3

In deel 1 verkenden we de gebruikersomgeving van de Datahub Koloniale Collecties. In deel 2 bekeken we de infrastructuur en hoe die aansluit op de NDE-architectuur.
In dit laatste deel maken we de stap naar de Europese toekomst: de dataspace.



Van automatisch datastromen naar verantwoord data-delen

De Datahub ontvangt iedere nacht volledig geautomatiseerd publieke museumdata. Technisch, juridisch en NDE-compliant gaat dat uitstekend: bronhouders houden controle, transformaties zijn herleidbaar en we publiceren opnieuw als linked data.

Juist daardoor botst de techniek met een nieuwe werkelijkheid. Bij de automatische instroom kwamen ook objecten met menselijke resten uit koloniale contexten mee. Juridisch toegestaan, technisch correct — maar moreel kwetsbaar. Een Indonesische onderzoeker maakte er een lijst van: specimens of our ancestors. Daarmee verschuift de vraag van kan het? naar moeten we dit willen?

Vier kaders

Om verantwoord te kunnen publiceren moet een dienstverlener met behulp van de metadata van een dataset vier vragen kunnen beantwoorden:

  1. Contextueel: zullen we de data ontsluiten?
    Past de dataset bij de dienst en de maatschappelijke context? Bevat het bijvoorbeeld koloniale objecten uit de juiste periode?

  2. Technisch: kunnen we de data verwerken?
    Zijn encodering, datumnotaties, lege waarden, links en modellen geschikt voor verwerking?

  3. Juridisch: mogen we de data publiceren?
    Wat zeggen licenties, AVG-regels en toegangsvoorwaarden?

  4. Ethisch: willen we de data ontsluiten?
    Niet alle data die past, kan én mag, moet ook zichtbaar worden voor iedereen. Denk aan voorwaardelijke toegang voor onderzoekers of herkomstgemeenschappen tot bijvoorbeeld gegevens over objecten met menselijke resten.

Naar een dataspace

De stap naar een dataspace betekent dat deze vier kaders niet vrijblijvend zijn, maar als metadata-afspraken afdwingbaar worden. Daarmee gaat het verder dan we met NDE via bijvoorbeeld het datasetregister gaan. Één laag ontbreekt nog volledig: de ethische metadata.

Bronhouders zouden kunnen aangeven dat een dataset menselijke resten bevat en daarbij voorwaarden voor toegang expliciet maken, bijvoorbeeld:

  • alleen toegankelijk voor bevoegde onderzoekers;
  • toegang met instemming van herkomstgemeenschappen;
  • geen verwerking buiten bepaalde jurisdicties.

Binnen een dataspace zijn dit geen afspraken op papier, maar protocollen die toegang automatisch toetsen. De bronhouder krijgt dus zeggenschap over hoe, door wie en onder welke juridische en ethische voorwaarden zijn data wordt gebruikt. Dat is wat Europa trust by design noemt.

Wederzijds vertrouwen

Een dataspace beschermt niet alleen bronhouders. Ze geeft ook dienstverleners zekerheid over de kwaliteit van verrijkingen binnen het netwerk. Daardoor wordt de kans kleiner op vandalisme, onbetrouwbare verrijkingen of misinformatie die bijvoorbeeld de relatie tussen Nederland en Indonesië zou kunnen verstoren.

Wat betekent dit voor de Datahub?

De Datahub Koloniale Collecties voldoet aan drie van de vier pijlers: technisch, juridisch en contextueel, maar de geautomatiseerde ethische toets ontbreekt nog. Als onderdeel van NDE toetsen we nog zelf vrijblijven op deze voorwaarden, de datahub wordt daar niet door protocollen toe gedwongen. Pas dan wordt de Datahub niet alleen een dienstplatform, maar ook een dataspace: verantwoord vindbaar erfgoed, met vertrouwen ingebouwd in de infrastructuur zelf.